Argumentatie


Dit is een site over juridische beroepsethiek en de waarde(n)volle professionaliteit van juristen, incl. de daarbij behorende morele dilemma's. Het doel is om inzicht te geven in en te reflecteren op de beschrijvende en voorschrijvende ethiek en het kritisch vermogen van advocaten, rechters, officieren van justitie, wetgevingsjuristen, arbeidsjuristen, bedrijfsjuristen, etc. (meer lezen »)

Hard case: drukke tijden geen reden om zonder instemming confraternele correspondentie te gebruiken.

De tuchtrechtelijke uitspraak YA1336 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch (M93-2010) geeft mooi weer dat tijdstekort niet als argument kan dienen om niet zorgvuldig te blijven in het gebruik van confraternele correspondentie.

Casus, de verloop van de procedure
Mr. Y heeft in de pleitnota in het geding tussen zijn cliënt en een cliënt van mr. Y ook confraternele correspondentie opgenomen tussen mr. X en mr. Y. Mr. X ziet deze stukken voorafgaand aan de zitting doordat mr. Y de stukken van te voren opstuurt (d.d. 26/10/2010). Mr. X wil echter niet dat de confraternele correspondentie wordt toegevoegd en sommeert mr. Y per fax op 27/10/2010 deze stukken terug te trekken. Mr. Y geeft hier geen gehoor meer aan en doet een beroep op de correspondentie. Mr. X dient vervolgens een klacht in: mr. Y had de confraternele brieven niet mogen inzetten getuige gedragsregel 12 van de Gedragsregels 1992.

Relevante regelingen
Gedragsregels 1992
Gedragsregel 12 bepaalt dat op brieven en andere mededelingen van de ene advocaat aan de andere in rechte geen beroep mag worden gedaan, tenzij het belang van de cliënt dit bepaaldelijk vordert, maar dan niet zonder voorafgaand overleg met de advocaat van de wederpartij. Indien dit overleg niet tot een oplossing leidt, dient het advies van de deken te worden ingewonnen voordat in rechte een beroep als vorenbedoeld wordt gedaan.

Verweer
Het standpunt van Mr. Y:
(1) Mr. Y stelt dat hij onvoldoende tijd heeft gehad om met verweerder en/of de deken te overleggen.
(2) mr. Y stelt voorts dat klager ook zelf confraternele correspondentie in het geding heeft gebracht.
(3) Mr. Y stelt dat hij reeds eerder heeft aangegeven dat hij confraternele correspondentie in het geding wilde brengen, waarmee klager zou hebben ingestemd.

Uitspraak Raad van Discipline, beoordeling van de klacht
Op basis van de overgelegde stukken en hetgeen ter zitting naar voren werd gebracht, bleek van van (2) en (3) geen sprake. Maar staat het eerste argument? De Raad is duidelijk: ook onder tijdsdruk gaat gedragsregel 12 gewoon op. Dus een tekort aan tijd is geen excuus om niet met de advocaat van de tegenpartij of met de deken te overleggen alvorens de brieven in te zetten.

Beroep bij het Hof van Discipline behoort nog tot de mogelijkheden.

YA1336 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch M93-2010, Tuchtrecht.nl, 31-01-2011/09-02-2011
 

Deel deze pagina...