Advocaat Leendert de Jong bericht dat in het kort geding vonnis van 8 maart 2011 tegen DAS Rechtsbijstand de rechtbank Amsterdam het principiële recht op vrije keuze van rechtshulpverlener in alle procedures heeft bevestigd. Dus ook in zaken waarvoor geen verplichte vertegenwoordiging door een advocaat is vereist, zoals bij de kantonrechter of in administratieve procedures. De rechtbank volgt hiermee de advocaat en diens uitleg van de Eschig-uitspraak van het Europese Hof van Justitie van 10 september 2009.

Hiermee wijst de rechtbank de Minister van Veiligheid en Justitie terecht die in antwoord op kamervragen had verklaard "dat uit het Eschig-arrest geen eenduidig antwoord is te geven op de vraag of de vrije advocaatkeuze zo mag worden uitgelegd dat deze ook altijd geldt in het geval van niet verplichte procesvertegenwoordiging in administratieve of gerechtelijke procedures. De algemene strekking en het bindende karakter van de vrije keuze van een rechtshulpverlener indien er een procedure is, bieden naar het voorlopig oordeel van de voorzieningenrechter geen ruimte voor een beperking als door de minister geformuleerd.".

Vooralsnog blijkt uit de rechtsoverwegingen nog wel - zo stelt de advocaat - dat de verzekerde, teneinde het recht op vrije keuze van rechtshulpverlener in een procedure in te kunnen roepen, wel heel precies moet formuleren wat hij wil.

De rechtbank roept ondertussen partijen in zijn vonnis op het onderlinge debat voort te zetten maar dan met als uitgangspunt het door de rechtbank vastgestelde (principiële) recht op vrije keuze van rechtshulpverlener. Of de verzekerde nu de door hem gewenste advocaat op kosten van rechtsbijstandverzekeraar mag inzetten, laat de rechter hiermee nog onbeantwoord.

Niet onbelangrijk: er kan in deze zaak nog hoger beroep worden aangetekend.

Zie ook:
Vrije advocaatkeuze bevestigd in kort geding tegen DAS, AMweb, 09-03-2011