Argumentatie


Dit is een site over juridische beroepsethiek en de waarde(n)volle professionaliteit van juristen, incl. de daarbij behorende morele dilemma's. Het doel is om inzicht te geven in en te reflecteren op de beschrijvende en voorschrijvende ethiek en het kritisch vermogen van advocaten, rechters, officieren van justitie, wetgevingsjuristen, arbeidsjuristen, bedrijfsjuristen, etc. (meer lezen »)

De werkelijkheid achter de aangifte tegen de justitie-topman. Enkele valkuilen van het menselijke verstand.

Op 31 augustus heeft H. Baybasin opnieuw aangifte gedaan van verkrachting en seksueel misbruik door secretaris-generaal van het ministerie van Justitie Joris Demmink. Hij zou hem - als een andere Turkse man - hebben verkracht toen zij 12 en 16 jaar waren. De advocate Van der Plas maakte gisteren de aangifte bekend.

De zaak, reeds affaire genoemd, is lastig doordat feit en fictie door elkaar heen lijken te lopen. De zaak is hierdoor een goed voorbeeld van hoe de verschillende valkuilen van ons verstand een redelijke beoordeling van de beschuldigen ons in de weg kunnen staan.

Voor een eerste inleiding op de zaak:



Ik nodig een ieder uit om te achterhalen wat de waarheid is teneinde een aanvaardbaar oordeel te vormen. Hieronder daartoe enige links (die genoeg stof geven voor verdere lezing). Maar let op: de volgende valkuilen staan - zo is mijn ervaring - een juiste afweging al snel in de weg. Met name cognitieve dissonantie ligt op de loer dus pas op voor de volgende valkuilen:

01. Te veel waarde hechten aan autoriteit (positief): "een topman bij het Ministerie van Justitie kan zoiets nooit doen". Mogelijk onjuiste veronderstelling: topmannen/mensen die veel te verliezen hebben/autoriteiten doen zoiets niet. Het zou o.a. hun positie te veel schaden. Dit bleek in het verleden soms een verkeerde veronderstelling te zijn. In het algemeen gaat de veronderstelling wel op?

02. Te veel waarde hechten aan autoriteit (negatief): "een topman bij het Ministerie van Justitie zou dit inderdaad zo hebben kunnen gedaan." (On)Juiste vooronderstelling: een topman bij het Ministerie van Justitie kan zich makkelijk drukken. Het is bijvoorbeeld al veelzeggend dat Justitie zelf reageert en niet de persoon zelf.

03. Er wordt enkel informatie gezocht en gelezen die een eerder genomen beslissing bevestigd. Hiervan betichten de diverse betrokkenen ook elkaar.

04. We hechten te veel waarde aan de vorm waarin de informatie wordt aangeboden. Bijvoorbeeld een site wordt niet serieus genomen omdat deze vol reclame zit en nauwelijks opmaakt kent. Dit hoeft niet het geval te zijn. Andere sites volgen we eerder omdat deze professioneel overkomen. De vorm zegt helaas niet per definitie iets over de inhoud.

05. We hechten te veel waarde aan de eerste indruk van de personen die de informatie geven (primacy effect).

06. We hebben de neiging om te veel gestuurd te worden door de zoekvraag (in dit geval: "wat is waarheid") waardoor andere vragen niet worden gesteld ("wat is eigenlijk niet waar").

07. We hebben de neiging om aan de de door anderen gekleurde informatie extra waarde te hechten. Neem de woorden: "onvoorstelbare crimineel", "seks-monster", "kinderen bestellen", e.d.. Deze woorden kunnen onbewust iemand in positieve zin bevestigen ("het is echt een monster") of in negatieve zin ("mensen die woorden als 'seks-monster' in de mond nemen, kunnen we niet serieus nemen"); dit afhankelijk van het reeds ingenomen standpunt.

08. We stellen soms ten onrechte ons eigen (juridische) referentiekader centraal. Neem de bewering dat de Koerd die straf kreeg voor moord, uitlokking van moord, gijzeling, drugsproductie en deelname aan een criminele organisatie dit enkel heeft gekregen in een showproces. Ik bespeurde bij me zelf als snel de neiging om dit als onwaarschijnlijk te betitelen. Terecht?

09. Hier aan gerelateerd: we hebben de neiging om oorzaak-gevolg-relaties te veronderstellen terwijl deze er niet zijn. Stel er was sprake van een showproces bij de Koerd. Had dit te maken met onze affaire? Of waren er andere redenen waarom een showproces werd gevoerd (cum hoc, ergo propter hoc)? Lastig.

10. Helaas duiden we feiten ook te snel. Stel Justitie geeft aan dat de man het niet gedaan heeft. Twee interpretaties worden snel gemaakt: "zie je wel; het is echt een complot" of "zie je wel; hij heeft het niet gedaan". De enige constatering voorlopig is echter: "Justitie geeft aan dat de man het niet heeft gedaan."

11. Soms nemen we aangiften te serieus. De veronderstelling dat sommige aangiften zo vreselijk zijn dat ze wel waar moeten zijn, is niet per definitie juist blijkt uit onderzoek. Het advies is om te beginnen met het lezen van de aangifte.

12. We hebben de neiging om persoonlijke ervaringen te hoog te waarderen en algemeen, tegengesteld, contra-intuïtief onderzoek te snel te willen bagatelliseren. Als iemand een vervelende ervaring met een advocaat heeft meegemaakt dan zal ook het bericht van advocate Van der Plas eerder niet geloofd worden. Andersom is natuurlijk ook mogelijk.

13. Tot slot is er nog de valkuil dat we door een tekort aan tijd ons te weinig verdiepen in een zaak en daarom elementen maar voor juist/onjuist gaan aannemen. Ondanks een tekort aan kennis, vellen we toch een oordeel. Helaas is deze affaire complex en is veel informatie voorhanden. Voor het beeld: de aangifte is al meer dan 30 pagina's groot. Een goed oordeel vraagt helaas om veel (feitelijk) onderzoek.

Ik wens een ieder succes met het innemen van een standpunt. Er is informatie genoeg om de komende dagen zoet te zijn. Helaas is de vakantie voorbij.

Enkele links ter inspiratie:
Aangifte verkrachting tegen topman justitie, De Pers, 05-09-2011
Aangifte verkrachting tegen topman justitie, Trouw, 05-09-2011
De aangifte, Bakker Schut Stichting, 31-08-2011
Website drs. J. Poot, dedemminkdoofpot.nl
Website Micha Kat, Klokkenluideronline.nl
Weblog Rudhar. N.a.v. klokkenluideronline.nl, Rudhar.com
Boek: Kat - De Demmink doofpot: fatsoen en regeren moet je doen, Google, bovenste hit
 

Deel deze pagina...