Om iedere schijn van partijdigheid tegen te gaan, heeft de rechtbank Amsterdam officieel bericht dat de rechter in de zogenaamde Nijntjes-zaak de verkregen Nijntjes en Kathy's op 2 november weer zal terugsturen naar de advocaat. Het door de Telegraaf vermelde enthousiasme van de rechter ten spijt. Het is goed om iedere schijn van partijdigheid te voorkomen.

Anderzijds, denken we werkelijk dat de Nijntjes-case anders zou gaan uitvallen door een paar poppetjes? Mogen we onze rechters niet hoger inschatten? En betekent het voorkomen van iedere schijn van partijdigheid daadwerkelijk dat er een nullijn moet worden aangehouden? Ter ondersteuning van dit standpunt wordt wel eens gewezen naar de gemeentelijke praktijk. Bij bijvoorbeeld gemeente-ambtenaren is - vaak via gemeentelijke integriteit-codes - zelden een nul-grens vastgesteld als we kijken naar het mogen aannemen van kleine zaken. Kleine giften tot 25 euro zijn in beginsel in de gemeentelijke praktijk niet problematisch. Juist omdat integriteit ook soms juist wel het aannemen van kleine giften impliceert. Met een klassiek voorbeeld uit de Haagse praktijk: mag een rechter achteraf zelfgebakken koekjes aannemen als blijk van dank voor het inlevende optreden van de rechter?

Dit voorbeeld toont ons ook een meer fundamenteel punt. Als we de vrees hebben dat rechters in staat zijn om ongemerkt hun oordelen te sturen (bijvoorbeeld na het ontvangen van giften) moeten we ons dan sowieso niet de vraag stellen of de door de rechtspraak gepretendeerde intersubjectiviteit wel waargemaakt wordt? Zou onpartijdigheid niet gelezen moeten worden in een uitspraak die gebaseerd is op goede gronden (substantiële onpartijdigheid) in plaats van de houding van de rechter (procedurele onpartijdigheid)? Is de uitkomst van een juridische casus dan toch zo willekeurig?

'Dick Bruna zelf schuldig aan plagiaat Nijntje', Telegraaf, 20-10-2010
Reactie op berichtgeving in De Telegraaf, Actualiteit Rechtbank Amsterdam, 20-10-2010