1:1

In deze bijdrage zal ik uitleggen wat ethische vragen en ethische oordelen precies zijn. Ik zal dit doen aan de hand van een casus. Ik zal laten zien dat er een verschil is tussen morele oordelen, financiële oordelen, esthetische oordelen en juridische oordelen. Nu zijn dit niet alle soorten oordelen die je kunt maken maar dit zijn - naast feitelijke oordelen (het is waar dat ...) - wel de meest voorkomende oordelen.



Casus: de lekke band


Rechter mr. Jansen moet om 09.00 uur op de zitting zijn. Het betreft een strafzaak en gezien de publieke verontwaardiging over het voorval (mishandeling van een bejaarde), zal het wel een volle bak worden. Er wordt veel publiek verwacht. De rechter staat zoals gewoonlijk op tijd op, ontbijt en pakt zijn fiets om richting de rechtbank af te reizen. Heerlijk om zo dicht bij het werk te wonen, denkt hij bij het pakken van de fiets. Het is ook prima weer! Als hij de fiets pakt, ziet hij tot zijn schrik dat deze een lekke band heeft. Probleem! Hij heeft geen reservefietsen want ook de fiets van de vrouw heeft een lekke band. “Zullen we door hetzelfde glas hebben gereden?”, vraagt hij zich af. Om deze reden staat er echter geen auto voor de deur. Maar laat nu net zijn vrouw zijn weggereden met de auto! De beste oplossing is, zo redeneert hij, om lopend – of beter rennend – richting het werk te gaan. Hij kan natuurlijk even bellen dat hij later komt maar dit zal niet goed vallen want hij is al vaker aangesproken op het te laat komen. Dit was allemaal puur toeval waar hij niets aan kon doen, maar toch: in deze zaak zal zijn baas te laat komen niet waarderen.
De rechter overweegt om de bus te nemen – nog goedkoper dan de auto ook – maar dit heeft ook weinig zin: in de praktijk doe je er dan net zo lang over. Voordat de bus in het centrum is, is de zitting al begonnen. “Waarom heb ik toch zo lang ontbeten?”, denkt de rechter. Ondanks dat hij dicht bij de rechtbank woont, zal het lastig worden om op tijd te komen.
Onze rechter is echter niet voor één gat te vangen en doet zonder verder nadenken zijn hardloopkleren aan en vertrekt al rennend richting de rechtbank. Zonder overtredingen maar met een bezweet lichaam en een dik rood hoofd stapt hij een halve minuut voor tijd het gebouw in. Hij ontwijkt de portier en begroet niet een collega die hem iets wil toefluisteren aangaande de zaak. Ineens bedenkt hij dat hij natuurlijk geen extra kleren bij zich heeft. Hij trekt de toga over zijn hardloopkleren en gaat de zittingszaal in. De rechter dampt nog wat, heeft een bezweet hoofd maar: op tijd! 

Vraag: vind je dat de rechter juist heeft gehandeld?

Soorten oordelen
Het is een enigszins aangezette casus, maar de vraag uit de casus kun je op meerdere manieren hebben beantwoord. Misschien vind je het niet juist wat de rechter heeft gedaan omdat je het geen gezicht vindt als mensen onder hun toga hardloopschoenen dragen. Je geeft hiermee een fashion-oordeel, of zoals dat formeel heet: een esthetisch oordeel. Juist handelen koppel je dan aan hoe het overkomt: is het mooi of niet? Je hebt de vraag geïnterpreteerd als een esthetische vraag.

Misschien heb je de vraag niet vanuit de esthetische optiek maar heb je de vraag vanuit de juridische optiek beantwoord. Je interpreteerde de vraag dan als een juridische vraag. Je hebt mogelijk geconcludeerd dat de rechter juridisch gezien juist heeft gehandeld. Hij heeft geen enkele wet of rechtsregel overtreden. Hardlopen mag volgens de wet, de rechter heeft geen verkeersdelicten gepleegd zo is te lezen en het negeren van collega’s is niet verboden. Dus petje af voor deze rechter: hij heeft juist gehandeld. Althans, in juridische zin. 

In financiële/economische zin kun je de situatie ook beoordelen. De rechter heeft zo te lezen geen kosten gemaakt en door niet de auto en de bus te nemen, heeft hij zelfs geld uitgespaard. Vanuit deze optiek heeft hij juist gehandeld. Je ziet nu reeds dat er meerdere manieren (perspectieven) zijn om de vraag uit de casus te beantwoorden.

Maar waarschijnlijk heb je de vraag echter vanuit moreel perspectief beantwoord. Misschien vond je het handelen van de rechter niet juist omdat hij zijn collega’s niet begroette of juist wel correct handelde omdat hij een afspraak – kom op tijd – nagekomen is. Door te rennen toonde hij zijn verantwoordelijkheid, kan dan je antwoord zijn. De rechter heeft zich gedragen als een goed rechter; zoals het rechterschap betaamt. Indien je de vraag uit de casus zo hebt beantwoord dan heb je de vraag geïnterpreteerd als een morele vraag. Je hebt geoordeeld of de rechter moreel/ethisch gezien correct of niet correct handelde.

Gevolg: vragen vanuit verschillende perspectieven
Ten aanzien van deze casus zijn dus vanuit verschillende perspectieven vragen te stellen. Bijvoorbeeld:

- Mag een rechter hardloopschoenen dragen onder zijn toga of is dit geen gezicht? (esthetische vraag)
- Was de bus goedkoper dan met de auto gaan voor de rechter? (financiële/economische vraag)
- Mag een rechter volgens het strafrecht een bekeuring worden gegeven indien hij door rood loopt als hij haast heeft (juridische vraag)
- Is de rechter wel door glas gereden? (feitelijke vraag)
- Behoort een rechter op tijd te komen of mag hij anderen laten wachten? (morele vraag)
- Mocht deze rechter zijn collega’s even niet groeten gezien de haast die hij had? (morele vraag)

Als iemand aan je vraagt "wat vind jij van deze casus?" stel je dan de vraag vanuit welk perspectief iemand dit beantwoord wil zien worden. Vraagt met name iemand om je morele mening of om je juridische mening als jurist?