Argumentatie


Dit is een site over juridische beroepsethiek en de waarde(n)volle professionaliteit van juristen, incl. de daarbij behorende morele dilemma's. Het doel is om inzicht te geven in en te reflecteren op de beschrijvende en voorschrijvende ethiek en het kritisch vermogen van advocaten, rechters, officieren van justitie, wetgevingsjuristen, arbeidsjuristen, bedrijfsjuristen, etc. (meer lezen »)

Bespreking rapport Commissie Kortman: meer ethiek in de stagiaire-opleiding

Vorige week werd bekend dat de Commissie Kortmann van mening is dat stagiaire-opleiding zwaarder moet worden. Ook heeft de Commissie het licht laten schijnen over het ethische component binnen de opleiding. De conclusie van de Commissie is dat dit deel onderbelicht is:
4.6 Gedragsrecht
Het Gedragsrecht wordt alleen in de BO gedoceerd of beleefd (intervisie). Vanwege het grote belang van de juridische deontologie en beroepsethiek zou het goed zijn als het Gedragsrecht ook in het tweede en/ of derde jaar deel zou uitmaken van de opleiding. Het vak kan daar - door meer diepgang krijgen, terwijl advocaat -stagiaires op die manier meer mogelijkheden krijgen aangereikt praktijkvragen en dilemma's op het gebied van Gedragsrecht actief met elkaar te delen.
Wat opvalt is dat hier gesproken wordt over de deontologie van het beroep hetgeen een Belgische/Angelsaksische oriëntatie doet vermoeden. Deontologie staat hier los van beroepsethiek hetgeen conceptueel discutabel is.

De constatering dat meer aandacht moet worden besteed aan ethiek, is echter niet nieuw. De vraag is echter of de Commissie zich wel richt op het juiste. De vraag uit de samenleving/de cliënten van de advocatuur richt zich in eerste instantie op aanwijsbare naleving t.a.v. genoemde gedragsregels (een advocaat hoort geen misbruik te maken van ...) en dus op het houdingsaspect van de advocaat. De behoefte is hiermee gericht op directe, morele betrokkenheid. Helaas wordt de oplossing nog te vaak gevonden in bewustwording en oordeelsvorming. Nu kan het eerste niet zonder het laatste (o.a. vele wetenschappelijke onderzoeken met de Moral Judgment Test MJT (MUT) van Georg Lind laten dit zien) maar in beleidsstukken wordt het houdingsaspect nog te weinig benoemd als het centrale aspect van de morele competentie. Dat ook de commissie het lastig vindt om dit van elkaar te kunnen scheiden, blijkt uit de volgende passage:
Voorts dient de advocaat-stagiaire te beschikken over algemene vaardigheden en specifieke beroepsvaardigheden die van een bekwaam advocaat mogen worden verwacht en moet hij blijk hebben gegeven te beschikken over een gedegen kennis van en inzicht in de deontologie en de beroepsethiek.
als uit de wijze van voorgestelde toetsing:
Op de materieelrechtelijke vakken en Gedragsrecht (Beroepsethiek en Beroepsattitude) zou gedurende de gehele opleiding een zwaarder accent moeten liggen. De respectieve vakken van de Stagiaire-Opleiding dienen zoveel mogelijk op een of andere wijze te worden geëxamineerd of getoetst, waardoor vrijblijvendheid wordt voorkomen.
Te gericht op vaardigheden vergeet de Commissie dat eigenlijk van een bekwaam advocaat mag worden verwacht dat hij blijkt geeft te handelen volgens de beroepsethische maatstaven. Hiervoor is kennis en inzicht voorwaardelijk maar zeker niet voldoende. Het is een genuanceerd verschil maar wezenlijk.

Deze beperkte visie blijkt ook uit de gewijzigde eindtermen:
d. Ten aanzien van deontologie en beroepsethiek:
- gedegen kennis van en inzicht in de regelgeving (met name gedragsregels) en de daaraan ten grondslag liggende beginselen;
- kunnen omgaan met dilemma's.
maar wordt gelukkig wel genuanceerd onder 5.4.2., de inhoud van de nieuwe opleiding:
Wat de inhoud van de Praktijkleerblokken betreft, beveelt de Commissie aan daarin ook aandacht te schenken aan Beroepsattitude en Beroepsethiek. Met name in de oefeningen en casusbehandeling zouden die beide onderwerpen meer en specifiek aan bod kunnen komen. Verder verdient het de voorkeur dat “inkleuring” van dit vak wordt bepaald door de major die de betreffende advocaat-stagiaire heeft gekozen, voor zover dat organisatorisch mogelijk is.
De omvang van dit onderdeel is in het hernieuwde programma vergroot maar mogelijk toch nog te minimaal. In totaal krijgt de stagiaire 10 dagdelen onderricht (op 79 dagdelen). De vraag is hoe de commissie tot dit aantal is gekomen. Onderzoek laat zien dat dit namelijk aan de weinige kant is al is relatief gezien het aantal dagdelen fraai. Het voorstel luidt:
De aandacht voor het Gedragsrecht (Intervisie/ Gedragsrecht – één dagdeel en Introductie in de Advocatuur – vijf dagdelen) is naar het oordeel van de Commissie in de huidige opleiding (BO en VSO) te gering. De Commissie meent dat het gedragsrecht in ieder jaar van de Stagiaire-Opleiding als verplicht onderdeel een vaste plaats verdient, waarbij in het eerste jaar een omvang van twee dagdelen wordt voorgesteld en in het tweede en derde jaar een omvang van vier dagdelen. Tevens wordt de naam van het vak Beroepsattitude en Beroepsethiek.

Het is te hopen dat dit onderdeel van het curriculum niet enkel op Amerikaanse wijze wordt vormgegeven en getoetst. Dus niet enkel expliciete regelkennis en toetsing. Want regelkennis is zeker voorwaardelijk maar niet voldoende voor ethisch correct gedrag. Deze discussie is in Amerika beklonken (maar nog lang niet altijd geïmplementeerd), laten we in Nederland niet dezelfde fout maken. Dat ook het dilemma-denken een plaats krijgt, valt te waarderen. Sterker: dit is een belangrijke weg naar genoemde gedragsverandering. Dit had de Commissie sterker mogen benoemen.

- Met recht advocaat, een nieuwe opleiding: de Stagiaire-Opleiding, NOvA, 20-10-2010
 

Deel deze pagina...